Doorgaan naar hoofdcontent

Mijn kleine waarom

Iedereen heeft een waarom.
Ik heb een kleine
Waarom ik doe wat ik doe.
Misschien heeft het te maken
Met het verhaal van de naïeve ridder Parcifal
Die pas stamelend later erachter kwam
Dat de meest essentiële vraag die je kunt stellen
De vraag is naar ons eigen lijden.
Misschien heeft het te maken met het idee
Dat we allemaal en ieder voor zich
Een weg in het leven aflopen die ingewikkeld genoeg is
Zonder dat we elkaar veroordelen.
Men zegt dat we alleen geboren worden en alleen dood gaan.
Ik zeg: we horen in liefde ontvangen
En met respect weer losgelaten te worden.
Daartussen leef je, werk je, streef je, ontwikkel je
Om te worden wie je al bent.
Mens
Tussen en met de anderen.
Iedereen heeft een waarom.
Ik heb een kleine
Waarom ik doe wat ik doe.
Mens te worden in verbinding.
Samen betekenis te geven
Aan leven, aan werk.
En probeer ik elke dag
Dat kleine waarom
Zichtbaar te maken.
©Ron van Es

Populaire posts van deze blog

De liefde van het hart

Het voelen van het hart die pompende materie, pulserende kamers, stromen van bloed en leven, het jagen van het hart. De pijnscheuten van het hart, die heilloze tocht, klagende galm voetstappen in een uitgestorven straat, de eenzaamheid van het hart. De waanzin van het hart, die zanderige verstuiving, een blazende trompet klinkt als wanhopig in het rond, de gekte van het hart. Het einde van het hart, die fladderende nacht, bewogen ochtend, waar contouren in de steigers staan, het begin van het hart. De liefde van het hart, die haar zo beminnen laat, loslopend wild en nieuwe jachtterreinen doet opengaan, de liefde van het hart. ©Ron van Es

Mijn tafel

Aan mijn tafel wordt gegeten, gesproken en gegild. Aan mijn tafel wordt gezwegen, lesgegeven en niets geleerd. Hier sluit men rusteloos de ogen en kijkt men naar de andere kant of wordt over het hoofd gezien. Aan mijn tafel wordt gefluisterd, verleid en uitgelokt. Aan mijn tafel wordt betast, bekrast en daarna hard gelachen. Hier is het soms goed toeven, en lijkt het bijna op een thuis. Hier kom ik samen. ©Ron van Es

De Hond

1. Ik schrijf het woordje ‘eenzaam’, en over mijn schouder kijk je mee. Ik staar daarna op het papier en je kwijlt de inkt weer nat. Als ik me omdraai, ben je weg. Ik denk aan het woord en je kijkt door mijn ogen mee. Alsof je de betekenis zo goed kent, en weet wat er op papier staat. Maar als ik je zoek, ben je er niet. Wie ben je dat je mij zo goed kent? Wiens geblaf hoor ik galmen tegen de muren? Wiens gehijg voel ik in mijn nek? 2. Toen in het najaar het donker alle uren omsloot en de Hond zo heftig aan zijn ketting rammelde, besloot ik niet langer te blijven. Op reis, op reis, dat was wat ik dacht en ook zo ondoordacht maar deed. Een plek in Zeeland, killer kon het niet in dit natte najaarsland. Daar waar niemand wist wat ik deed of zelfs maar wat ik zo graag wilde. Daar ontkwam ik op een ochtend toch niet aan die bek vol tanden. Tussen slapen en ontwaken, het uur van de Hond naar ik later be...